Nederlandse Hanseclub

Zeilpraktijk: Over reven, topsnelheid en comfort

2019 06

Voor mij is een deel van het zeilen om zo snel en comfortabel mogelijk van A naar B te gaan. Zeker bij het afleggen van grotere afstanden. Ik denk dat velen dit wel willen, maar niet uitvoeren. En waarom niet? De reden is vaak eenvoudig, velen realiseren niet dat een zeilschip met gereefde zeilen sneller kan varen dan zonder rif. Comfortabeler, dat wil er nog wel in, maar sneller? Hoe kan dit?
De maximale snelheid welke en zogeheten water verplaatsend schip onder normale omstandigheden kan bereiken is te berekenen met de formule 2,43 * √ waterlijn in meters (de wortel uit de waterlijn in meters). Om sneller dan de rompsnelheid te kunnen gaan is in verhouding (heel) veel energie noodzakelijk. Wanneer de beschikbare energie die in de wind zit niet voldoende is om dit te overbruggen (dat zal maar zelden zo zijn, kleinere en lichtere schepen kunnen in planee komen, dan glijden ze over het water, maar om 8 ton over het water te laten glijden, daar is echt veel energie, c.q. wind, voor nodig.) Bij onze zeilschepen wordt deze ‘overtollige’ energie omgezet in een (oncomfortabele) helling. Dit is niet comfortabel voor de schipper en zeker niet comfortabel voor meevarende partners en eventuele kinderen.
Door het reduceren van het zeiloppervlakte, reven dus, zal er minder wind worden ‘gevangen’ en dus minder (overbodige) energie worden opgevangen. Zo lang de hoeveelheid energie die wordt opgevangen maar voldoende is om de rompsnelheid te bereiken heeft het voeren van meer zeil geen voordeel om sneller te gaan. Die extra energie wordt dan dus alleen in helling omgezet, helling verandert op zijn beurt weer de rompvorm die resulteert in ‘oploeven’ en om dat te voorkomen moet er ‘tegenroer’ gegeven worden. En omdat een roer niet veel meer is dan een soort van ‘remflap’, zal dit de boot dus gaan afremmen.
Afgelopen weekend voer ik over een grote afstand samen op met een vriend die vrijwel even snel is en een gelijksoortige schip heeft. Hij vol tuig en wij met één rif in het grootzeil en fok. En terwijl wij dus veel comfortabeler bewogen, bleven wij gelijk opvaren.
En waren het ‘stormachtig’ condities? Nee, zeker niet, zo rond de 17 a 18 knopen ‘backstag’, maar, zeker de generatie Hanses van enkele jaren geleden, (de onze is van 2006), zijn ‘zwaar overtuigd’. Dus zelfs bij een ‘dikke 4 bft’, loont het al om te reven. De bewegingen van de boot zijn comfortabeler en je loopt de maximale snelheid.
Probeer het eens 😊

Rainier de Groot